Mijn naam is Remco en ik ben verslaafd
Mijn naam is Remco, ik ben 27 jaar en ik ben verslaafd. Ik ben opgegroeid in een fijn gezin, in een rustig dorpje vlak bij Den Bosch en heb eigenlijk altijd alles gehad wat ik nodig had. Op school kon ik redelijk goed meekomen, ik had vrienden en voor de buitenwereld was er niet direct iets aan de hand. Toch was ik van jongs af aan iemand die veel nadacht. Ik was onzeker over mezelf en vond het moeilijk om te vertellen wat er echt in mij omging. In plaats daarvan hield ik veel voor mezelf.
Rond mijn vijftiende kwam ik voor het eerst in aanraking met cannabis. In het begin was blowen vooral iets wat ik samen met vrienden deed. Een jointje in het weekend, na school of tijdens een feestje. Het voelde onschuldig en ik zag het zelf ook niet als drugsgebruik waar ik me zorgen over hoefde te maken. Sterker nog: blowen gaf me iets waar ik op dat moment behoefte aan had.
“Als ik blowde, werd het eindelijk rustig in mijn hoofd.”
Ik voelde me minder onzeker, dacht minder na en kon alles even loslaten. Waar ik normaal gesproken kon blijven malen over school, vrienden, verwachtingen en wat anderen van mij vonden, stopten al die gedachten zodra ik stoned was. Daardoor werd blowen langzaam meer dan iets gezelligs met vrienden.
Toen ik ging studeren en op mezelf kwam te wonen, veranderde mijn gebruik. Niemand hield meer in de gaten hoe laat ik naar bed ging, of ik naar college ging en wat ik 's avonds deed. Eerst blowde ik vooral met vrienden, maar steeds vaker stak ik thuis alleen een joint op. Na een drukke dag vond ik dat ik hem had verdiend. Als ik me slecht voelde, hielp het me ontspannen. En als ik me goed voelde, was er ook wel een reden om te blowen.
Voor ik het wist, was cannabis onderdeel geworden van bijna iedere dag. Gemiddeld zat ik op 3 jointjes, maar als ik vrij was, kon dat zomaar omhoog schieten doordat ik ‘s ochtends al begon.
“Ik dacht jarenlang dat ik gewoon graag blowde. Pas veel later begreep ik dat ik eigenlijk niet meer zonder kon.”
Mijn leven ging steeds meer om mijn gebruik draaien. Ik sprak minder af als ik wist dat ik ergens niet kon blowen en bleef vaker thuis. Dingen die ik vroeger leuk vond, werden minder belangrijk. Ik had er ook vaak geen geld voor, want alles ging op aan wiet en hasj. Sporten schoot erbij in en afspraken stelde ik uit. Mijn opleiding liep vertraging op. Ik vertelde mezelf steeds dat ik het later wel zou oplossen.
Na mijn studie ging ik werken. Dat ging in eerste instantie goed. Ik stond iedere ochtend op, ging naar mijn werk en betaalde mijn rekeningen. Daardoor kon ik voor mezelf blijven volhouden dat ik geen probleem had. Iemand met een cannabisverslaving zag er in mijn hoofd heel anders uit dan ik.
Maar zodra ik thuis kwam, wilde ik blowen. Eerst pas 's avonds. Later steeds eerder. In het weekend begon ik soms al in de ochtend. Zonder cannabis voelde ik me onrustig en geïrriteerd en kon ik slecht slapen. Ik maakte mezelf wijs dat cannabis mij hielp tegen die klachten, zonder te beseffen dat mijn gebruik een groot deel ervan juist in stand hield.
Mijn omgeving begon ondertussen steeds vaker opmerkingen te maken. Ik was afwezig, vergat afspraken en trok me terug. Mijn ouders vroegen waarom ik zo weinig van me liet horen. Vrienden zeiden dat ik bijna nooit meer ergens zin in had. Ik wuifde het weg.
“Ik zei steeds dat ik ieder moment kon stoppen. Alleen stelde ik dat moment altijd uit.”
Een paar keer besloot ik toch om niet meer te blowen. Ik gooide mijn spullen weg en vertelde mezelf dat het nu klaar was. Soms hield ik het een paar dagen vol. Dan sliep ik slecht, was ik prikkelbaar en voelde ik een enorme onrust. Mijn hoofd draaide overuren. Eén joint om eindelijk weer te kunnen slapen leek dan geen probleem. Binnen een paar dagen zat ik weer in hetzelfde patroon.
Op mijn 26e begon ik steeds duidelijker te zien wat cannabis met mijn leven had gedaan. Mensen om mij heen gingen verder. Vrienden kregen relaties, maakten stappen in hun carrière, kochten een huis of waren bezig met plannen voor de toekomst. Ik had het gevoel dat ik jarenlang op dezelfde plek was blijven staan.
“Ik gebruikte niet meer om me goed te voelen. Ik gebruikte om me niet slecht te hoeven voelen.”
Het dieptepunt kwam niet door één grote gebeurtenis. Het was juist het besef dat mijn wereld steeds kleiner was geworden. Werken, naar huis, blowen, eten, gamen of series kijken en slapen. De volgende dag begon hetzelfde opnieuw. Ik hield steeds minder contact met mensen en voelde me tegelijkertijd ontzettend alleen.
“Ik was 27 en had het gevoel dat mijn leven al jaren stilstond.”
Uiteindelijk heb ik tegenover mijn ouders toegegeven hoeveel ik nou echt blowde. Dat gesprek vond ik verschrikkelijk. Ik schaamde me en was bang dat ze teleurgesteld zouden zijn. Tegelijkertijd voelde het als een opluchting. Voor het eerst hoefde ik niet meer te doen alsof ik alles onder controle had.
Via Connection SGGZ ben ik terechtgekomen bij hun verslavingskliniek in Meerlo. Ik kwam binnen met het idee dat mijn grootste probleem cannabis was en dat ik vooral moest leren om niet meer te blowen. Tijdens die behandeling voor cannabisverslaving begon ik te begrijpen dat mijn gebruik maar een deel van het verhaal was.
Ik moest gaan kijken waarom ik al die jaren zoveel behoefte had gehad om mezelf te verdoven. Mijn onzekerheid, de drang om alles te willen controleren, mezelf constant vergelijken met anderen, geen zin hebben in moeilijke gevoelens… dat alles was niet verdwenen nadat ik stopte met blowen. Zonder die verdoving kwamen ze juist naar boven.
“Stoppen met blowen was één ding. Leren leven zonder steeds te hoeven vluchten was voor mij het echte werk.”
In de afkickkliniek leerde ik om uit te spreken wat er in mij omging in plaats van mezelf terug te trekken. Ik leerde herkennen wanneer mijn verslavingsgedrag naar boven kwam en begon verantwoordelijkheid te nemen voor de keuzes die ik maakte. Ook ontdekte ik hoe belangrijk verbinding voor mij is. Jarenlang dacht ik dat ik problemen het beste zelf kon oplossen, terwijl juist dat alleen doen mij steeds verder in mijn verslaving had gebracht.
Mijn herstel betekent niet dat alles ineens makkelijk is. Ik heb nog steeds dagen waarop ik onzeker ben, onrust ervaar of het liefst zou willen weglopen voor wat ik voel. Het verschil is dat ik daar vandaag niet meer automatisch cannabis voor nodig heb. Ik praat erover, zoek contact en probeer te kijken naar wat ik op dat moment echt nodig heb.
Langzaam krijg ik de dingen terug die ik tijdens mijn gebruik steeds minder belangrijk vond. Ik sport weer, spreek af met vrienden en kan plannen maken zonder eerst na te denken over wanneer ik kan blowen. Vooral het gevoel dat ik weer vooruitga, betekent veel voor me.
“Ik dacht dat cannabis mij rust gaf, maar het had mijn leven juist steeds kleiner gemaakt. In herstel krijg ik die ruimte stukje bij beetje terug.”
Vandaag ben ik dankbaar dat ik hulp heb gevraagd. Lange tijd dacht ik dat mijn cannabisgebruik niet ernstig genoeg was om mezelf verslaafd te noemen. Ik had een baan, een dak boven mijn hoofd en functioneerde voor de buitenwereld. Maar vanbinnen draaide bijna alles om blowen.
Nu weet ik dat herstel voor mij niet alleen betekent dat ik geen cannabis meer gebruik. Het betekent dat ik eerlijk naar mezelf kijk, mijn gevoelens niet meer voortdurend hoef te verdoven en weer aanwezig kan zijn in mijn eigen leven.
“Ik hoef niet meer te blowen om de dag door te komen. Ik mag hem vandaag gewoon beleven.”
Remco heeft zijn verhaal op 8 april 2026 met ons gedeeld. Hij wil hiermee aan anderen laten dat een verslaving niet altijd direct zichtbaar hoeft te zijn voor de buitenwereld. Wil je weten wat andere cliënten van hun behandeling vonden? Lees dan ook de andere ervaringsverhalen.