Mijn naam is Bob en ik ben verslaafd

Terug Door Bob 12 augustus 2026 8 min

Ik ben opgegroeid in een buitenwijk van Breda, in een gewoon gezin. Mijn vader werkte in de techniek, mijn moeder in de zorg en ik heb een zus van tien jaar ouder die op zichzelf ging wonen toen ik elf was. Ik was een heel makkelijk kind thuis en omdat het met mijn zus ook allemaal zo soepel is gegaan, dachten mijn ouders dat het met mij wel prima ging.

Bob vertelt zijn herstelverhaal op de oprijlaan van de afkickkliniek van Connection SGGZ in Meerlo.
Ik ben Bob en ik ben verslaafd.

Op school had ik wel wat vrienden, waar ik vooral dingen mee ging doen: voetballen, vissen, beetje sleutelen. Onze gesprekken gingen ook vooral daarover, ik kan me niet herinneren dat we diepe gesprekken over emoties hadden. Ik was ook best wel verlegen, dus ik vond het wel goed zo. Die hobby’s, daar kon ik het namelijk wel uren over hebben. Na het mbo ging ik meteen aan het werk als monteur.

Wat niemand zag, was dat ik me in gezelschap eigenlijk nooit op mijn gemak voelde. Als we op stap gingen, was ik de stille in de groep. Op verjaardagen stond ik het liefst achter de bar, want dan had ik iets om te doen. Achteraf hoorde ik van anderen dat ze dachten dat ik gewoon graag bezig was, terwijl het voor mij vooral een manier was om mezelf een houding te geven.

Begin 2020, vlak voor corona, ben ik naar een feest geweest in een loods bij Tilburg. Een jongen die ik amper kende, had designerdrugs bij zich. 3-MMC om precies te zijn. Ik wist niet wat het was. Hij zei dat het legaal was en dat je er vrolijk van werd. In die tijd klopte dat allebei nog.

“Voor het eerst hoefde ik niet na te denken over wat ik zou zeggen. Het kwam er gewoon uit.”

Ik praatte die nacht met iedereen. Ik voelde me gelukkig, wakker, op mijn gemak en door die tinteling van de drugs had ik zin om met iedereen te praten. De dagen erna dacht ik daar steeds aan terug. Niet aan het feest, maar aan hoe makkelijk ik mezelf had gevonden.

Bestellen bleek geen enkel probleem. Ik kon het gewoon online kopen en betalen met een normale overboeking. Twee dagen later lag er een pakketje in de brievenbus, tussen de post van mijn zorgverzekeraar. Geen dealer, geen afspraak op een parkeerplaats, niets wat aanvoelde als drugs kopen.

“Het kwam gewoon met de post. Daardoor kon ik mezelf lang wijsmaken dat het niet zo serieus was.”

In het najaar van 2021 werd 3-MMC verboden. Ik ben er geen week door gestopt. Er kwam 3-CMC voor in de plaats, later weer iets anders. Ik ging op een gegeven moment gewoon af op wat die week leverbaar was. Er stonden letters en cijfers op het zakje en soms een naam die ik nog nooit had gezien.

“Ik wist op het laatst niet meer precies wat ik binnenkreeg. Ik nam wat er te krijgen was.”

Ik stond er totaal niet bij stil hoe bizar dat eigenlijk was: gewoon zomaar iets gebruiken waarvan ik niet wist wat het nou precies was. Het ene zakje deed ook veel meer dan het andere, terwijl er hetzelfde op stond. Ik heb avonden gehad waarop ik na één keer al helemaal weg was, en avonden waarop ik niets voelde en dus maar gewoon doorging.

Mijn gebruik verschoof van feesten naar thuis. Eerst nam ik de drugs nog mee op stap, later bleef ik liever binnen. Dan hoefde ik met niemand rekening te houden. Het werkte kort, dus na ongeveer een uur nam ik weer wat, en daarna weer. Zo liep een avond door tot half zes 's ochtends en lag ik nog wakker als de vuilniswagen langs kwam.

Op het laatst bestelde ik vijf gram tegelijk, omdat dat goedkoper was. Ik zei tegen mezelf dat ik daar lang mee zou doen. In de praktijk was het binnen een week op en had ik alweer besteld.

Ik heb nog best een tijd gewoon gewerkt. Ik stond op, reed naar de klant, deed mijn ding. Daar hield ik me aan vast: zolang ik werkte, was er niets aan de hand. Vlak voor mijn gebruik verergerde, heb ik Lisa leren kennen. Omdat ze anti-drugs was, hield ik alles voor haar verborgen. Op zich ging dat goed, omdat we elkaar door haar baan niet veel zagen. En ze paste ook goed in het plaatje dat ik voor mezelf had gecreëerd van een normaal leven.

“Op vrijdag was ik de gezelligste van de ploeg. Op dinsdag durfde ik de telefoon niet op te nemen.”

Ziekmelden op maandag werd wel steeds normaler. Griep, buikgriep, een keer mijn rug… Aan mijn buitenkant was in het begin niet af te leiden dat ik ‘schoolziek’ was. Mijn adem stonk niet naar drank en ik was ook bijna nooit meer in de stad te vinden, omdat ik toen al vooral thuis en in mijn eentje gebruikte. Dat ik echt ziek was, trok dus ook niemand in twijfel. Collega's merkten wel op dat ik dunner werd. Ik ben in ongeveer twee jaar elf kilo afgevallen. Mijn kaken deden 's ochtends pijn van het klemmen, mijn hart ging soms zomaar tekeer als ik op de bank zat en halverwege de week was ik zo somber dat ik de gordijnen dichthield.

Het achterdochtige kwam er later bij. Ik hoorde mensen in het trappenhuis die er niet waren. Ik keek 's nachts door een kier van het gordijn naar de straat omdat ik dacht dat er iemand stond. De volgende ochtend wist ik zelf ook wel dat het nergens op sloeg, en dan schoof ik het weg.

Ook Lisa had wel door dat er van alles niet klopte. Zij vroeg wel wat er aan de hand was, maar dan zei ik dat ik door de drukte op mijn werk slecht at en moe was. Ik had daardoor ook een excuus om niet af te spreken. Uiteindelijk heeft ze een keer een zakje gevonden en stelde ze me voor de keuze: stoppen en hulp zoeken of uit elkaar gaan. Het werd dat laatste. Ik heb niet eens geprobeerd haar om te praten, want ik wist zelf ook wel dat ik niets kon beloven.

“Ik was banger om te stoppen dan om haar kwijt te raken.”

Het kantelpunt kwam in oktober 2024. Ik zat om vier uur 's nachts op de badkamervloer omdat mijn hart tekeer ging en ik het gevoel had dat ik geen lucht kreeg. Ik had mijn telefoon in mijn hand met 112 op het scherm. Ik heb niet gebeld.

“Ik durfde niet te bellen, omdat ik niet eens kon uitleggen wat ik had genomen.”

Dat besef heeft me meer geraakt dan alles daarvoor. Ik was achtentwintig en ik had geen idee meer wat er in mijn lichaam zat. En waar ik me in het begin zo gelukkig kon voelen als ik gebruikte, vervloekte ik de drugs inmiddels. Maar eraf blijven kon ik ook niet.

Diezelfde week heb ik mijn zus gebeld. Ik heb er ongeveer twintig minuten over gedaan voordat ik kon vertellen wat er echt met mij aan de hand was. Ze is gekomen en heeft naast me gezeten terwijl ik mijn verhaal deed. Twee dagen later hebben we samen Connection SGGZ gebeld en kort daarna had ik een intakegesprek.

Ik ben begonnen met een detox, omdat ik niet kon aangeven wat ik allemaal binnen had gekregen en inmiddels ook slaapmedicatie gebruikte om nog een beetje normaal te kunnen slapen. Mijn laatste gebruiksdag was 14 november 2024. Die eerste week was vooral slapen, zweten en heel veel huilen zonder dat ik begreep waarom. Daarna ben ik naar de kliniek in Meerlo gegaan.

Ik kwam binnen met het idee dat ik moest leren om af te blijven van die zakjes. Dat bleek het kleinste deel. In de groep werd me binnen twee weken gevraagd waarom ik altijd als eerste over iemand anders begon zodra het over mij ging. Daar had ik geen antwoord op.

“Ik heb bijna mijn hele leven gezegd dat het goed ging. In de kliniek merkte ik dat ik dat zelf ook geloofde.”

De groepssessies vond ik het zwaarste onderdeel van de behandeling, maar die hebben me uiteindelijk ook het meeste opgeleverd. Ik moest hardop zeggen wat ik voelde, terwijl ik dat thuis nooit had gedaan. In de gesprekken met mijn psycholoog ging het over de onrust die ik al had voordat ik ooit iets gebruikte. Die was er na het stoppen gewoon nog steeds. Alleen had ik nu niets meer om hem mee weg te drukken. Daar heb ik aan kunnen werken tijdens mijn behandeltraject. Ik snap nu bijvoorbeeld hoe die onrust en mijn verslaving elkaar aanjoegen.

Na mijn behandeling bij Connection SGGZ ben ik verhuisd. Mijn oude appartement zat te vol met nachten waaraan ik niet meer wil denken. Ik werk weer volle weken, sport drie keer per week en ben tien kilo aangekomen. Het contact met mijn zus en ouders is nu echt zoveel beter, omdat ik nu gewoon zeg wanneer het even niet lekker gaat. Lisa en ik zijn niet meer samen. Dat hoort er ook bij en dat heb ik moeten accepteren.

En het gaat echt niet altijd perfect hè. Het verschil is dat ik dan iemand bel om erover te praten en mijn gedachten te verzetten in plaats van aan de drugs te gaan.

“Vroeger loste ik alles in mijn eentje op. Dat was precies het probleem dat ik voor een oplossing hield.”

Ik vertel mijn verhaal omdat ik denk dat veel mensen die drugs gebruiken zichzelf niet verslaafd noemen. Dat deed ik ook niet, want naar mijn idee had ik alles voor elkaar: een eigen plek, werk, een vriendin en geen dealers aan de deur. Toch draaide mijn hele week om wat er in de brievenbus lag. Die vrijheid terug hebben om daar nooit meer continu mee bezig te zijn, die gun ik iedereen.

Bob heeft zijn verhaal op 12 augustus 2026 met ons gedeeld. Wil je weten wat andere cliënten van hun behandeling vonden? Lees dan ook de andere ervaringsverhalen.

Neem de eerste stap Heb je hulp nodig? Vul dan het contactformulier in:
Beheer cookie voorkeuren
Noodzakelijke cookies (altijd actief)
Marketing cookies