Mijn naam is Chantal en ik ben verslaafd

Terug Door Chantal 31 augustus 2026 6 min

Ik ben opgegroeid in Dordrecht, als oudste van drie. Toen mijn ouders uit elkaar gingen, was ik twaalf en werd ik vanzelf degene die thuis alles regelde. Broodtrommels, huiswerk van mijn broertjes, zorgen dat het thuis rustig bleef. Dat vond ik niet erg. Ik was er zelfs een beetje trots op. Als volwassene deed ik precies hetzelfde: fulltime werken, twee kinderen, alles op de rit.

Chantal vertelt haar herstelverhaal op de oprijlaan van de afkickkliniek van Connection SGGZ in Meerlo.
Ik ben Chantal en ik ben verslaafd.
“Ik was degene die het voor anderen oploste. Zelf iets vragen kwam niet in me op.”

In het najaar van 2019 werd de zaak waar ik werkte overvallen. Ik was aan het afsluiten. Er is die avond niemand gewond geraakt en de dagen erna dacht ik dat ik er goed doorheen was gekomen. Ik ging na een week gewoon weer aan het werk, want dat leek me het beste.

Wat er wel veranderde, was mijn slaap. Ik lag uren te draaien, schrok wakker van geluiden in huis en durfde op het werk niet meer af te sluiten of alleen over straat. Ik had veel last van nachtmerries en schrok vaak wakker met een bonkend hart. Na een paar weken ben ik naar een arts gegaan. Die schreef me oxazepam voor met de bedoeling dat ik in een paar weken minder gespannen zou worden en daardoor beter kon slapen. Hij gaf me ook een doorverwijzing voor traumatherapie, maar dat leek me niets. Ik heb altijd zelf alles opgeknapt, dus hier zou ik uiteindelijk ook wel uitkomen zodra mijn slaap weer zou verbeteren.

Die eerste avond viel ik voor het eerst in een diepe, droomloze slaap. Ik weet nog dat ik later dacht: “Waarom heb ik zo lang gewacht?”

“Het was medicatie van een arts, met mijn eigen naam op het etiket. Daardoor voelde het in mijn hoofd als iets heel anders dan verslaving.”

Die korte periode werd een half jaar. Ik merkte dat een tablet steeds minder deed en nam er een tweede bij. Daarna vroeg ik eerder om een herhaalrecept dan afgesproken. Op een gegeven moment nam ik er ook eentje als ik alleen thuis was met de kinderen. Dat zorgde ervoor dat ik niet gespannen op de bank zat en bij elk geluid het hele huis ging controleren. Ik wilde ook niet dat mijn kinderen die angst over zouden nemen.

En zo volgden er meer situaties die ik voorheen uit de wegging, maar die met de oxazepam goed te doen waren. Ik werd er steeds makkelijker in, dus als ik onrustig werd, nam ik ook daar een pilletje voor. Ergens in 2021 zat ik op vier tot zes tabletten per dag. Toen mijn arts vragen begon te stellen over mijn gebruik, bestelde ik ze online, via allerlei buitenlandse websites. 

Van buitenaf was er weinig te zien. Ik ging naar mijn werk, deed boodschappen, zat bij zwemles. Maar ik was overal maar half aanwezig. Ik keek 's avonds series waar ik de volgende dag niets meer van wist. Bij de musical van mijn dochter heb ik zitten klappen, maar achteraf kon ik niet navertellen wat haar rol nou was. Mijn man maakte zich zorgen, omdat ik volgens hem zo vlak en passief was geworden. Dat stond haaks op hoe hij mij kende. Ik zei dat ik gewoon moe was.

“Ik functioneerde nog gewoon. Alleen was ik er zelf niet meer echt bij.”

Een paar keer heb ik geprobeerd om te stoppen. Dat hield ik nooit lang vol. Ik trilde, was misselijk, zweette door mijn kleren heen en kreeg last van angstgevoelens die echt nergens op gebaseerd waren. Ik vertelde mezelf dat ik die tabletten gewoon nog heel even nodig had. En inderdaad, toen ik weer begon, voelde ik me een uur later beter. Nu weet ik dat ik toen afkickverschijnselen had en dat het bij deze medicijnen gevaarlijk is om ineens te stoppen.

Het keerpunt kwam op een zondagochtend in het voorjaar van 2024. We zouden naar mijn schoonouders gaan en ik kon mijn pillenstrip niet vinden. Ik raakte half in paniek en heb het hele huis overhoop gehaald. Mijn dochter stond al twintig minuten in haar jas bij de voordeur te wachten en ik werd woedend op haar toen ze vroeg wanneer we nou gingen.

“Ik raakte in paniek omdat ik mijn pillenstrip niet kon vinden.”

Het duurde daarna nog maanden voordat ik de telefoon oppakte. In januari 2025 heb ik Connection SGGZ gebeld. Pas tijdens dat gesprek zei ik voor het eerst hardop hoeveel ik echt gebruikte. Ik schaamde me kapot, maar ik zag gewoon geen andere uitweg. Kort daarna had ik een intakegesprek in Eindhoven. De arts legde uit dat mijn lichaam gewend was geraakt aan de medicatie en dat plotseling stoppen ernstige klachten kan geven, waaronder epileptische aanvallen. Afbouwen moest onder medisch toezicht gebeuren, tijdens een detox.

Mijn laatste tablet heb ik op 12 februari 2025 genomen. Het afbouwen ging in stappen en duurde weken. Ik sliep slecht, voelde me overprikkeld en huilde om het kleinste voorval. Tegelijk merkte ik iets wat ik niet had verwacht: ik begon dingen weer scherp te zien en ook de positieve gevoelens kwamen weer terug.

Daarna ben ik klinisch opgenomen geweest in Meerlo. Ik kwam binnen met het idee dat ik daar de minst erge was. Ik keek de groep rond en dacht: ik heb nooit iets illegaals gebruikt, ik heb gewoon gedaan wat een arts voorschreef.

“Dat ik anders was dan de rest heb ik als eerste moeten loslaten. Mijn hoofd deed precies hetzelfde als dat van de rest.”

Na een week of drie kwamen de beelden van de overval terug. Ik schrok daarvan, want ik dacht dat ik alles allang achter me had gelaten. Mijn psycholoog legde uit dat ik het jarenlang had gedempt met de oxazepam en dat het nu ruimte kreeg. Dat dit oké was, omdat ik het nu kon verwerken. We zijn met EMDR aan de slag gegaan. Voor het eerst heb ik in detail verteld wat er in 2019 is gebeurd, in plaats van te zeggen dat het meeviel.

Toen begreep ik pas hoe het bij mij was gelopen. Ik ben begonnen met een kalmeringsmiddel om de nacht door te komen. Daarna gebruikte ik die om niet te hoeven voelen en uiteindelijk om te voorkomen dat ik ziek werd.

“Stoppen met de tabletten kostte me weken. Leren omgaan met wat ik ermee weggedrukt had, kostte veel langer.”

In de kliniek heb ik geleerd om het te zeggen wanneer het niet goed met me gaat. En ik heb geleerd wat mijn eigen signalen zijn: als ik dingen ga opknappen die niemand gevraagd heeft of als ik niemand meer terugbel. Het zijn tekenen dat het niet goed met me gaat. Vroeger volgde daar een tablet op.

Na de opname heb ik nazorg gehad en ik ga nog steeds naar een herstelgroep. Mijn slaap is niet perfect. Er zijn nachten dat ik nog steeds uren wakker kan liggen. Het verschil is dat een slechte nacht tegenwoordig gewoon een slechte nacht is.

Wat ik terug heb gekregen, zijn vooral veel gewone dingen. Ik weet weer wat mijn kinderen bezighoudt. Ik kan een gesprek voeren en het me de volgende dag herinneren. Ik durf 's avonds alleen door de stad te lopen. En ik kan over die overval praten zonder dat ik het gevoel heb dat ik er weer middenin sta.

“Ik dacht dat die tabletten mij hielpen om het vol te houden. Ze hebben me vijf jaar uit mijn eigen leven gehouden.”

In september 2026 ben ik anderhalf jaar clean. Ik zeg er tegen mensen bij dat ik verslaafd ben geweest aan medicijnen. Bijna iedereen reageert verbaasd en juist daarom vertel ik het. 

Chantal heeft haar verhaal op 31 augustus 2026 met ons gedeeld. Ze wil hiermee laten zien dat ook voorgeschreven medicatie tot een verslaving kan leiden en dat trauma daarbij een rol kan spelen. Wil je weten wat andere cliënten van hun behandeling vonden? Lees dan ook de andere ervaringsverhalen.

Neem de eerste stap Heb je hulp nodig? Vul dan het contactformulier in:
Beheer cookie voorkeuren
Noodzakelijke cookies (altijd actief)
Marketing cookies