Tot 75% van de mensen met een verslaving heeft een trauma: waarom deze link vaak over het hoofd wordt gezien
Onderzoek laat zien dat trauma vaak een belangrijke rol speelt bij verslaving. Door traumatische ervaringen eerder te herkennen en te behandelen, kunnen verslavingsproblemen mogelijk beter worden voorkomen en aangepakt.
Trauma als onderliggende factor bij verslaving
Verslaving wordt vaak gezien als het probleem zelf. Toch blijkt uit onderzoek dat er in veel gevallen een andere factor onder ligt: trauma. Studies laten zien dat tot 75% van de mensen die behandeld worden voor een verslaving een traumatische ervaring heeft meegemaakt (Trimbos Instituut, 2022; Centers for Disease Control and Prevention, 2018).
Bij een aanzienlijk deel van deze groep is daarnaast sprake van een trauma-gerelateerde stoornis. Onderzoek laat zien dat ongeveer 30 tot 50% van de cliënten in de verslavingszorg ook PTSS-symptomen heeft (Trimbos Instituut, 2022; Depress Anxiety, 2010).
Deze cijfers laten zien dat verslaving en psychische klachten vaak nauw met elkaar verweven zijn. Tegelijkertijd roept dit een bredere vraag op:
Hoeveel verslavingsproblemen zouden voorkomen kunnen worden als traumatische ervaringen eerder worden herkend en besproken?
Verslaving is vaak het zichtbare probleem
Hoewel trauma en verslaving vaak samen voorkomen, blijft de relatie tussen beide problemen in de praktijk regelmatig onderbelicht. Dat komt onder andere doordat verslaving meestal sneller zichtbaar is.
Alcoholgebruik, drugsgebruik of andere vormen van afhankelijkheid vallen op voor de omgeving en vormen vaak de directe aanleiding om hulp te zoeken. De psychische problematiek die eraan ten grondslag ligt, blijft daarentegen vaker op de achtergrond.
Trauma, angstklachten of posttraumatische stress kunnen zich namelijk uiten in middelengebruik of verslavingsgedrag. Het gebruik van alcohol, drugs of medicatie is dan zichtbaar, terwijl de onderliggende spanning, herinneringen of emoties die daarbij horen vaak minder direct worden herkend.
Hierdoor wordt het middelengebruik zichtbaar als het probleem, terwijl het in sommige gevallen juist een manier is om met eerdere ervaringen om te gaan.
Of zoals onderzoekers het soms omschrijven: verslaving is vaak het zichtbare symptoom, terwijl trauma een minder zichtbare oorzaak kan zijn.
Feiten over trauma en verslaving
Onderzoek naar verslaving laat zien dat trauma bij mensen met een verslaving zeer vaak voorkomt. In de zorg wordt dit ook wel een dubbele diagnose genoemd, waarbij iemand tegelijkertijd te maken heeft met een verslaving en een onderliggende psychische aandoening, zoals trauma of PTSS.
Internationale studies laten een opvallend patroon zien:
- tot 75% van de mensen in verslavingsbehandeling heeft een traumatische ervaring meegemaakt (Trimbos Instituut, 2022; CDC, 2018);
- mensen met trauma hebben vier tot vijf keer meer kans om een verslaving te ontwikkelen (Trimbos Instituut, 2022);
- bij jongeren in verslavingsbehandeling heeft meer dan 70% een trauma in het verleden (Depress Anxiety, 2010)
- 30 tot 50% van de cliënten in verslavingszorg heeft ook PTSS-symptomen (Trimbos Instituut, 2022; European Journal of Psychotraumatology, 2015);
- PTSS-symptomen spelen vaak een belangrijke rol bij craving en terugval bij verslaving (Maastricht University, 2016).
Deze cijfers laten zien dat trauma bij mensen met een verslaving eerder regel dan uitzondering is.
Waarom trauma en verslaving zo vaak samen voorkomen
Een belangrijke verklaring hiervoor is de zogeheten zelfmedicatiehypothese. Daarbij gebruiken mensen alcohol, drugs of medicatie om psychische klachten te dempen, vaak zonder dat ze zich daar volledig bewust van zijn.
Trauma kan namelijk leiden tot verschillende klachten, zoals:
- angstklachten
- slaapproblemen
- stress en spanning
- herbelevingen
- emotionele onrust
Middelengebruik kan deze gevoelens tijdelijk verminderen. Alcohol kan bijvoorbeeld spanning verlagen en drugs kunnen emoties of herinneringen tijdelijk onderdrukken.
Daardoor kan middelengebruik voor sommige mensen een manier worden om met moeilijke ervaringen om te gaan.
Op de langere termijn kan dit echter juist leiden tot afhankelijkheid en ernstige verslavingen.
Trauma vergroot het risico op verslaving
Onderzoek laat zien dat mensen met een trauma-gerelateerde stoornis aanzienlijk meer risico lopen om een verslaving te ontwikkelen.
Studies tonen aan dat mensen met trauma vier tot vijf keer meer kans hebben om een alcohol- of drugsverslaving te ontwikkelen dan mensen zonder traumatische ervaringen.
De psychische klachten die bij trauma horen, zoals stress, angst en slaapproblemen, kunnen het risico op middelengebruik vergroten. Dit verklaart mede waarom trauma zo vaak wordt gezien bij mensen die in behandeling zijn voor verslaving.
De wisselwerking tussen trauma en verslaving
De relatie tussen trauma en verslaving werkt vaak twee kanten op. Trauma kan de kans op middelengebruik en verslaving vergroten, maar verslaving kan op zijn beurt ook psychische klachten versterken.
Alcohol en drugs kunnen bijvoorbeeld slaapproblemen verergeren, emoties versterken en angstklachten vergroten. Ook kan middelengebruik leiden tot situaties die extra stress of nieuwe ingrijpende ervaringen veroorzaken.
Hierdoor kan een vicieuze cirkel ontstaan:
trauma → psychische klachten → middelengebruik → verergering van klachten → meer middelengebruik
Dit is ook de reden waarom trauma en verslaving in de zorg vaak worden gezien als een dubbele diagnose.
Waarom behandeling beide problemen moet aanpakken
Wanneer alleen de verslaving wordt behandeld en het trauma op de achtergrond blijft bestaan, kan het risico op terugval groter zijn.
Daarom moeten behandelaren bij een dubbele diagnose steeds vaker kijken naar beide problemen tegelijk. Onderzoek laat zien dat deze gecombineerde aanpak niet alleen mogelijk is, maar ook voordelen kan hebben. Wanneer trauma en verslaving gelijktijdig worden behandeld, lijken PTSS-klachten vaak sneller af te nemen dan wanneer dit na elkaar gebeurt. Tegelijkertijd blijkt dat het toevoegen van traumabehandeling de resultaten van verslavingsbehandeling niet negatief beïnvloedt (Journal of substance use and addiction treatment, 2026).
Door aandacht te besteden aan zowel het middelengebruik als de onderliggende psychische klachten kan het herstelproces beter worden ondersteund.
“Wanneer we verslaving alleen behandelen als een probleem van middelenmisbruik, missen we vaak een belangrijk deel van het verhaal”, aldus Miranda, verslavingsdeskundige en bestuurder bij Connection SGGZ. “Veel mensen gebruiken middelen niet alleen voor het effect van de drug zelf, maar ook als manier om om te gaan met stress, angst of traumatische ervaringen. Uit onderzoek blijkt dat geïntegreerde traumabehandeling veilig en effectief is, terwijl uitstel van deze behandeling juist kan leiden tot chroniciteit en uitval. Zo kan traumabehandeling vaak al gelijktijdig met verslavingszorg worden gestart, zonder dat eerst volledige abstinentie nodig is. Daarbij lijkt het behandelen van trauma de uitkomsten van verslavingszorg niet te verslechteren, terwijl klachten zoals PTSS juist sneller kunnen afnemen. Dat vraagt om een andere benadering, waarin verslaving en trauma niet los van elkaar worden behandeld, maar in samenhang worden aangepakt.”
Volgens onderzoekers groeit de aandacht voor deze gecombineerde aanpak, omdat steeds duidelijker wordt hoe sterk trauma en verslaving met elkaar samenhangen.
Trauma eerder herkennen om verslavingsproblemen te voorkomen: wat internationale voorbeelden betekenen voor Nederland
Steeds meer onderzoek laat zien dat traumatische ervaringen een belangrijke rol kunnen spelen in de ontwikkeling van verslaving. Grote internationale studies naar Adverse Childhood Experiences (ACE’s ofwel negatieve jeugdervaringen) tonen bijvoorbeeld aan dat bijna twee derde van de volwassenen minstens één traumatische ervaring in de jeugd heeft meegemaakt, zoals mishandeling, verwaarlozing of opgroeien in een instabiele thuissituatie.
De impact daarvan kan groot zijn. Jongeren die vier of meer van deze ervaringen hebben meegemaakt, hebben volgens onderzoek een vier tot twaalf keer grotere kans op alcohol- of drugsproblemen later in hun leven. Die cijfers maken duidelijk waarom steeds meer landen experimenteren met preventieprogramma’s die niet alleen gericht zijn op middelengebruik, maar ook op de onderliggende oorzaken daarvan.
Een bekend voorbeeld is het zogeheten Icelandic Prevention Model. In de jaren negentig kampte IJsland met relatief hoge cijfers voor alcohol- en drugsgebruik onder jongeren. Door systematisch in te zetten op vroegtijdige signalering van risicofactoren, ouderbetrokkenheid en welzijn van jongeren, veranderde dat beeld drastisch. Tussen 1998 en 2018 daalde het percentage 15- en 16-jarigen dat aangaf in de afgelopen maand dronken te zijn geweest van 42% naar 5%, terwijl ook roken en cannabisgebruik sterk afnamen.
Ook in landen als de Verenigde Staten en Australië groeit de aandacht voor zogenoemde trauma-informed care (traumasensitieve zorg): een benadering waarbij hulpverleners expliciet rekening houden met de rol van trauma bij psychische klachten en verslaving. Het uitgangspunt daarbij is dat middelengebruik vaak niet het oorspronkelijke probleem is, maar een manier om met onderliggende stress, angst of herinneringen om te gaan.
Wat dit betekent voor Nederland is moeilijk exact te voorspellen. Maar de internationale inzichten laten wel een duidelijke richting zien: wanneer risicofactoren zoals trauma eerder worden herkend en besproken, kan dat mogelijk bijdragen aan het voorkomen van latere problemen met middelengebruik.
Met andere woorden: verslaving begint lang niet altijd bij de drugs of alcohol zelf. In veel gevallen begint het verhaal al jaren eerder.
Verslaving beter begrijpen begint bij het verhaal erachter
De cijfers laten een duidelijk beeld zien. Bij een groot deel van de mensen die met verslaving worstelen, speelt trauma een belangrijke rol. Met percentages die oplopen tot 75% van de cliënten in verslavingsbehandeling met een traumatische achtergrond, wordt steeds duidelijker dat verslaving zelden op zichzelf staat.
Vaak is het slechts het zichtbare deel van een complexer verhaal waarin ingrijpende ervaringen, psychische klachten en copingmechanismen samenkomen.
Dat inzicht verandert ook de manier waarop we naar verslaving kijken. In plaats van alleen te focussen op het stoppen met alcohol of drugs, groeit het besef dat ook de onderliggende oorzaken aandacht nodig hebben.
Wanneer trauma, angst of stress onbesproken blijven, kan de kans op terugval groter zijn.
Meer aandacht voor de link tussen trauma en verslaving
Tegelijkertijd roept dit een bredere vraag op: hoeveel verslavingsproblemen zouden voorkomen kunnen worden als traumatische ervaringen eerder worden herkend?
Steeds meer onderzoekers en behandelaren pleiten daarom voor een aanpak waarbij trauma en verslaving niet langer als twee losse problemen worden gezien, maar als nauw met elkaar verbonden processen.
Meer aandacht voor traumabewuste zorg, vroege signalering en open gesprekken over psychische ervaringen kunnen mogelijk bijdragen aan het eerder herkennen van problemen.
Niet alleen binnen de verslavingszorg, maar ook in bijvoorbeeld de jeugdzorg, het onderwijs en de geestelijke gezondheidszorg groeit het besef dat traumatische ervaringen een belangrijke rol kunnen spelen in latere problemen.
Dat perspectief kan ook helpen om anders naar verslaving te kijken.
Niet alleen als een probleem van middelengebruik of een gedragsverslaving, maar als een signaal dat iemand mogelijk met meer worstelt dan aan de buitenkant zichtbaar is.
En juist daar begint vaak de weg naar herstel.