Herstelverhaal Henri
Mijn naam is Henri en ik ben verslaafd.
Mijn naam is Henri en ik ben verslaafd.
Op mijn 15e ben ik begonnen met drinken, gevolgd door 37 jaar lang geen dag zonder alcohol. Mijn zus en ik groeiden op in een veilige omgeving en hadden een fijne jeugd. Praten ging mij niet zo goed af: ik had een spraakgebrek, oftewel stotteren. Logopedie hielp weinig. Toen is het stiekem doen, het liegen, het alleen doen, al begonnen. Als ik naar de winkel ging om boodschappen te doen, moest ik de bestelling hardop voorlezen, om te oefenen met praten. Ja doei, gewoon het briefje afgeven. Dat werkte. Toen ze daar achter kwamen, kreeg ik geen briefje meer. Ik moest het uit mijn hoofd leren. Ja doei, ik ging zelf wel een briefje schrijven. Het schoolbord kon ik ook niet goed lezen bij de oogarts. De constatering: een lui oog. Ik droeg dus op jonge leeftijd al een bril. Nou, ik kan je zeggen: die waren in die tijd niet zo mooi als nu. Dus een bril, stotteren en, oh ja, twee grote voortanden; ik had echt achteraan gestaan met uitdelen. Ik schaamde mij, begon me te isoleren en speelde vaak alleen.
Het eerste drankje: ik mocht bij opa en oma een biertje, toen thuis in het weekend, zaterdags na het voetballen en dat werd regelmatig (hier lag de oplossing).
Uitgaan – in mijn tijd naar de disco – daar dronk ik al meer en sneller dan anderen. Op mijn 16e ging ik werken, samen met mijn vader. Na het werk standaard bij thuiskomst de werkdag afsluiten met een fles bier. Door mijn spraakgebrek, bril en grote tanden, had ik angst om meisjes te benaderen, laat staan aan te spreken. En ik had angst om uitgelachen en gepest te worden. Alleen met drank op durfde ik meer. Mijn schaamte ging weg, praten ging soepel, angst werd zelfverzekerdheid.
Als twintiger kreeg ik steeds vaker te horen: “Wat drink je veel.”
Maar ja, iedereen dronk. Op feestjes was er wel een verschil. Vrienden dronken een biertje en gingen naar huis. Terwijl ik nog met een paar glazen drank aan de bar stond, want die moesten op. Na een avond stappen waren vrienden blij als ze in hun bed lagen, zeiden ze. Voor mij begon het dan pas. Thuis dronk ik in mijn eentje verder totdat ik geveld door de drank op de bank in slaap viel. Ik woonde intussen samen met mijn vrouw Danielle en we kregen een prachtige dochter.
Het afsluiten van de werkdag bleef ik voortzetten met bier, alleen werden het er steeds meer en kwam er sterke drank bij.
Ik had een verantwoordelijke baan en was actief in de voetbalvereniging, als bestuurslid. Daar waar mijn drankgebruik begon, eindigde het ook. De drank stond altijd centraal. Mijn vader overleed op zijn 50e. Ik was toen 25. Dit was een belangrijke verandering in mijn leven. Mijn leven kwam in een overlevingsmechanisme: ik ging het alleen doen, werd emotieloos.
Mijn gebruik werd meer en meer.
Mijn dochter vroeg vaak: “Pappa, waarom drink je alleen maar bier?” “Omdat ik het lekker vind!”, antwoordde ik dan. Ik leefde met twee gezichten. Alleen mijn vrouw en dochter hadden feilloos door dat er iets mis was. Totdat het fout ging en anderen vonden dat het genoeg was.
Ik zocht hulp bij Connection SGGZ en ging naar de afkickkliniek in Zuid-Afrika.
Daar kreeg ik schadebrieven… “Je bent geen vader voor me” en “Hoop dat je nooit meer wakker wordt”, kreeg ik van mijn dochter en vrouw. “We zijn geen vrienden meer. Je raakt alles kwijt als je zo doorgaat”, schreef mijn beste vriend. De brieven kwamen niet bij me binnen en ik nam het ze zelfs kwalijk dat ze dit durfden te schrijven. Ik deed het eigenlijk wel prima in Zuid-Afrika en weigerde om naar een safehouse te gaan. Na 6 weken daar, dacht ik (mijn Ego) genezen te zijn. Ik had 6 weken niet gedronken. Kon het zelf wel. Leefde op een roze wolk. 6 weken later vond mijn vrouw mij dronken in huis.
Ik kreeg nog één kans! De laatste!!
Weer op intake bij Connection SGGZ, alleen op één voorwaarde mocht ik van de psychiater weer in opname: aansluitend direct naar een safehouse. Eenmaal in de kliniek was mijn ego nog steeds groot: ik dacht het ze daar weleens te vertellen. “Ga eerst maar eens leren zwemmen, dan kun je eerst jezelf redden voordat je een ander probeert te redden”, kreeg ik te horen.
“Jongleren leert ons dat controle een illusie is.
Je moet de bal loslaten voordat je hem weer kunt vangen.
Zo is het ook met het leven: soms moet je iets laten gaan om ruimte te maken voor iets nieuws.”
In de laatste week kwam er een jongedame in de groep die me aan mijn dochter herinnerde; pijn, schade en schaamte openden mijn ogen.
Het verblijf in het safehouse, waar de verslaving het weer probeerde, weerstand, afkeer, eigen wil… uiteindelijk won het herstel en ik kwam in overgave en kreeg een open mind. Ik durfde kwetsbaar te zijn, bereidwilligheid te tonen en kon accepteren dat ik een ziekte heb. Ik heb een tweede kans gekregen in dit leven. Vandaag heb ik een kans om te leven en om anderen te helpen en kan ik weer een vader en partner zijn.
Wil je weten wat andere cliënten van hun behandeling vonden? Lees dan ook de andere ervaringsverhalen.