Snus is een klein zakje dat onder de bovenlip wordt geplaatst om nicotine binnen te krijgen zonder te roken. Het product komt oorspronkelijk uit Zweden en lijkt op een klein theezakje dat tegen het tandvlees wordt gehouden. Via de bloedvaatjes in het mondslijmvlies wordt de nicotine vervolgens opgenomen in het bloed. Hoewel er geen rook vrijkomt, kan snus net als andere nicotineproducten een verslavende werking hebben.
Naast traditionele snus met tabak bestaan er ook varianten zonder tabak die wel nicotine bevatten. Deze worden vaak verkocht als nicotinezakjes, nicotine pouches of nicotine pods. Vooral onder jongeren zijn deze producten populair geworden. In de praktijk worden zowel tabaksvarianten als nicotinezakjes vaak simpelweg snus genoemd.
Op deze pagina lees je wat snus is, hoe het werkt, of het verslavend is, wat de effecten zijn en welke risico’s en bijwerkingen het kan hebben.
Wat is snus?
Snus is een nicotineproduct dat oorspronkelijk uit Zweden komt. Het bestaat meestal uit fijngemalen tabak dat in een klein zakje zit, vergelijkbaar met een theezakje. Dit zakje wordt onder de bovenlip geplaatst.
De nicotine wordt vervolgens via het mondslijmvlies in het bloed opgenomen. Hierdoor komt de nicotine relatief snel in het lichaam terecht, zonder dat er rook of damp ontstaat.
Snus wordt vaak gebruikt omdat het:
- discreet is
- geen rook produceert
- snel nicotine afgeeft
In veel gevallen wordt snus gebruikt als alternatief voor sigaretten of vapes, maar het product kan net zo goed leiden tot nicotineafhankelijkheid.
Hoe ziet snus eruit?
Snus wordt meestal verkocht in ronde plastic doosjes. In zo’n doosje zitten kleine witte of bruine zakjes.
Een snuszakje is klein, ongeveer ter grootte van een vingertop en bevat fijngemalen tabak of nicotine. Deze wordt vervolgens door de gebruiker onder de bovenlip geplaatst.
Er bestaan ook varianten zonder tabak, die nicotine pouches worden genoemd. Deze lijken sterk op snus, maar bevatten alleen nicotine en geen tabaksblad.